Timmer
Oorsprong: Dokkum (Friesland)
Wapenvoerder(s): Aangevraagd door L.S.F. Timmer, 1965 geboren te Alkmaar, voor de naamdragende nakomelingen van zijn vader Frederik Laurens Cornelis Timmer (1940 geboren te Hengelo, Overijssel) en van Wilhelmina Keizer (1940 geboren te Bolsward). De aanvrager stamt in mannelijke lijn af van Jan Carels Timmer (1755 geboren te Dokkum, 1821 overleden te Harlingen) en van Antje Douwes Siderius (1756 gedoopt te Harlingen, 1826 overleden te Harlingen).
Ontworpen door: de aanvrager
Getekend door: Henk ’t Jong, Dordrecht
Wapenbrief nummer: NGH 2026.238
Uitgegeven: 7 maart 2026
Gepubliceerd: Blazoen, jrg. 12, nr. 1
Blazoenering
Schild: Op een blauw veld een omgekeerde zilveren wassenaar met daaronder een gouden windroos; een getand gouden schildhoofd met een liggende rode timmermanshamer met de steel rechts.
Helmteken: Een gouden windroos geplaatst voor een blauwe vlucht.
Helmkleed: Blauw, gevoerd van goud.
Devies: QUO VITA NOS DUCIT EXCELLIMUS [Waar het leven ons ook leidt, wij blinken uit]




